Op 10 februari verwelkomde het Da Vinci College in Dordrecht een reeks gasten bij het Symposium: Het regionaal opleidingscentrum als motor voor de arbeidsmarkt en innovatieve ontwikkelingen?
Met name regionale politici waren uitgenodigd om met vertegenwoordigers van bedrijven en het Da Vinci College te discussiëren over de rol van het ROC in relatie tot vraagstukken als de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de doelgroepen die door Da Vinci worden bediend. De kern van het symposium was dat de arbeidsmarkt alleen kan worden voorzien van voldoende gekwalificeerd personeel als het onderwijs, de bedrijven en de politiek de handen ineen slaan en de regie voeren.
De politiek moet niet alleen besluiten nemen over het verwijzen van doelgroepen naar het ROC, maar ook voorzieningen creëren om deelnemers die dat nodig hebben in staat te stellen eerst hun problemen onder de knie te krijgen voordat ze met succes kunnen deel nemen aan het onderwijs (zeker de zogenaamde "overbelaste jongeren" -jongeren met meervoudige problemen- hebben een steuntje in de rug nodig). Dat kan niet zonder extra financiering.
Helaas zorgde de plotselinge sneeuwval ervoor dat een derde van de gasten niet aanwezig kon zijn. Een aantal highlights uit de inleidingen van Max Hoefeijzers en de gastsprekers professor In 't Veld en opleidingsadviseur Heynen van ASz leest u hieronder.
Max Hoefeijzers: Het ROC is een huis met vele bezoekers en klanten die elk hoge verwachtingen hebben. In economisch moeilijke tijden wordt verlangd dat we jongeren op school houden en langer door laten leren. Maar na de huidige crises zullen we er mee te maken krijgen dat meer mensen met pensioen gaan dan er jongeren in opleiding zijn.. De vervangingsvraag in het bedrijfsleven gaat het aantal jongeren in opleiding overtreffen, dus er is voor iedereen een baan, mits goed ingeburgerd, goed geïntegreerd, voldoende taalvaardig, voldoende sociaal vaardig en voldoende vakkundig. Daarvoor is een samenhangende infrastructuur nodig van regionaal opleidingencentrum in samenwerking met bedrijfsleven en overheid: Of kiezen we ervoor om (alleen) de markt zijn werk te laten doen?
De kern van de boodschap was dan ook: het ROC is verantwoordelijk voor voldoende goed opgeleid personeel en het verkleinen van de mismatch. Dit omdat personeel de belangrijkste economische factor voor de continuïteit van het bedrijfsleven is.
Daarvoor moet de overheid voorzieningen treffen voor probleemjongeren i.p.v. hen slechts op school te zetten. En daarvoor moet het bedrijfsleven mede verantwoordelijk worden voor opleiden van niet traditionele doelgroepen. In het netwerk van vmbo en mbo scholen wordt deze praktijk in samenhang vorm gegeven. Onderwijs, overheid en bedrijfsleven moeten daarvoor een gezamenlijke regie gaan voeren.
De heer Heynen schetste hoe de regio relatief sterk vergrijst. Hij deed dat vanuit de positie van het Albert Schweitzer Ziekenhuis als grote werkgever, maar verbreedde dat tot de totale arbeidsmarkt. Om deze arbeidsmarktproblematiek in de toekomst het hoofd te kunnen bieden kwam ook hij tot de conclusie dat strategische samenwerking noodzakelijk is; geen enkele partner kan de problemen, los van samenwerking met anderen, voor zichzelf oplossen.
Professor In 't Veld sprak over het ROC als een community college. In zijn verhaal introduceerde hij het idee van een impresariaat voor de jeugd dat zorgt dat iedereen met het beschikbare talent de mooiste rollen kan spelen. Om dat te kunnen waarmaken moeten organisaties over hun eigen grenzen heen de handen ineen slaan en ketens van samenwerking creëren. Schaalgrootte is daarbij slechts een relatief begrip. Er zijn binnen onderwijs meerdere schalen te onderscheiden: bijvoorbeeld die tussen leermeester en leerling, of het klasverband, een domein of de instelling als geheel. Zijn betoog ging er onder andere over dat de schaal in wezen niet zo veel uitmaakt, maar dat binnen grootschalige gehelen vooral de verbinding die je met elkaar tot stand brengt van belang is. Ook hij benadrukte het belang van commitment van gemeentebesturen, een samenhangende strategie en gezamenlijke planvorming en uitvoering met veel netwerkpartners, overheden, werkgevers, vakbonden en kenniscentra. Het volstaat niet meer om als organisatie naar binnen te zijn gekeerd.
De discussie onder leiding van Victor Deconinck leverde weliswaar geen concrete toezeggingen op, maar werd wel besloten met een positief signaal: de zaal was geïnteresseerd in voortzetting van de dialoog.